![]() |
Dat hoort u mij niet zeggen Politici besteden steeds meer aandacht aan hun optredens voor publiek. Premier Balkenende stond vorig jaar Prinsjesdag ineens voor een achterwand met daarop de leuze 'Nederland werkt'. Presidentskandidaat Hillary Clinton verschijnt op podia met mensen op de achtergrond van precies die doelgroep die zij voor zich wil winnen. En ook Wouter Bos deed dat. In campagnetijd liet hij zich steevast bij al zijn aankondigingen omringen door 'gewone mensen' - precies die kiezersgroep waar hij het van moest hebben. Tony Blair ten slotte liet zich in zachtpaars licht beschijnen tijdens een speech waarin hij zei korte metten te hebben gemaakt met het 'rode' verleden van zijn partij. |
|
Met een bijdrage
van Joan Arensman
|
De politiek maakt - ook buiten campagnetijd om - steeds vaker en beter gebruik van marketingkennis, tv-technieken en doordachte formuleringen om het publiek op het juiste been te zetten. Zeker in de VS en in Engeland is dat het geval en de trend in deze landen is van invloed op Nederland. 'Dat hoort u mij niet zeggen' legt op een toegankelijke manier uit hoe dat in zijn werk gaat. Elk onderwerp wordt afgesloten met een checklist, zodat iedereen in het vervolg de presentatie van politici kritischer kan volgen. F r a m e s Wie zich verdiept in de presentatie van politici, stuit al snel op de term 'frame'. Die term is in Nederland nog niet zo bekend, maar wel heel modieus onder Amerikaanse pr-functionarissen. Politici plaatsen hun uitingen in een bepaald kader of perspectief (frame), zodat wij er een bepaalde betekenis aan toekennen. Hun woordkeuze, de argumenten die ze noemen, de plek waarop ze poseren, de stand van de camera, tot en met de kleur van hun stropdas aan toe kunnen soms slim uitgezocht zijn, zodat die allemaal binnen hetzelfde frame passen. Zo onstaat er een samenhangend, sterk beeld waarin alle details 'kloppen' en elkaar versterken. In het boek wordt kort ingegaan op het begrip 'frames' en ' framing'. W
o o r d e n Politici denken soms goed na over welke woorden ze wel
of niet gebruiken. Neem nou premier Balkenende. Toen hij moest bezuinigingen
op de verzorgingsstaat, hoorde je hem het woord 'bezuinigen' nauwelijks
gebruiken. Dat woord klinkt namelijk te negatief en te alarmerend. Veel
politici praten daar liever omheen. Door ombuigen, snoeien, aanpassen,
op orde brengen, in balans brengen, recht trekken, hervormen, herstructureren
en talloze andere alternatieven te gebruiken. Het vermijden van het woord
'bezuinigen' is een klassieker; in het boek komen nog veel meer begrippen
aan bod die politici juist wel of juist niet gebruiken om het publiek
voor zich te winnen. A r g u m e n t e n Naast woorden en beelden doen ook argumenten ertoe. Politici letten op wat ze wel en niet aanvoeren in een redenering. President Bush zegt wel eens dat de VS aan de winnende hand zijn in de mondiale oorlog tegen terreur en beargumenteert dat door te zeggen dat kinderen weer naar school durven te gaan. Wie oplet zal merken dat hij het heeft over kinderen in Afghanistan, niet die in Irak. Omdat Afghanistan volgens Bush ook een 'front' is in de 'globale oorlog tegen terreur' kan hij dus slim succesjes van dit ene front veralgemeniseren en verbreden tot succesjes in de algehele oorlog tegen terreur. Zodat lijkt dat het ook op het andere front - Irak - goed gaat. In 'Dat hoort u mij niet zeggen' krijgt ook de soms misleidende argumentatie van politici aandacht. 'Dat hoort u mij niet zeggen' is in eerste instantie bedoeld voor iedereen die naar het nieuws kijkt en zich afvraagt waarom politici zich soms zo eigenaardig presenteren, maar ook voor iedereen die bij wil blijven op politiek gebied. Het boek is eveneens een must read voor communicatiedeskundigen. |