Is het EU-verdrag wel belangrijk genoeg?

Trouw, 28 september 2007

Er komt geen referendum over het nieuwe EU-verdrag. Zoveel is wel duidelijk. Maar waarom komt dat referendum er niet? Dat is heel wat minder duidelijk. De coalitie baseert zich vooral op het advies van de Raad van State. Jacques Tichelaar bijvoorbeeld, de fractievoorzitter van de PvdA, verklaarde dinsdag in het NOS Journaal: "We hebben gewoon gekeken naar de inhoudelijke argumenten van de Raad van State." Daarom komt er dus geen referendum.

In het buitenland speelt momenteel exact dezelfde discussie: referendum, ja of nee? Maar daar komt geen Raad van State bij kijken. Sommige landen, zoals Ierland, zijn grondwettelijk verplicht een referendum te houden. Daar is de beslissing dus eenvoudig. Maar in andere landen als Engeland en Frankrijk is de vraag om wel of geen referendum te houden een politieke afweging, net als hier in Nederland.

In Frankrijk heeft president Sarkozy eenvoudigweg besloten dat er geen nieuw referendum over het EU-verdrag zou komen - ook al zeiden de Fransen in 2005 "nee" tegen het eerdere verdrag. Sarkozy koos ervoor zich niet te verschuilen achter welke instelling dan ook. Hij kondigde al in zijn verkiezingscampagne aan dat er geen nieuw referendum zou komen. Alle kiezers die op hem gestemd hebben, wisten precies waar ze voor tekenden. Er werd na de verkiezingen wat over nagemokt, maar eerlijk is eerlijk: Sarkozy had van tevoren open kaart gespeeld, dus voorstanders van het referendum moeten in hem hun meerdere erkennen.

Ze richten hun pijlen nu op het referendum over de toetreding van Turkije tot de EU. In de verkiezingscampagne beloofde Sarkozy namelijk dat de Fransen daar wél een referendum over zouden krijgen. Hij ligt nu voor het eerst serieus onder vuur, omdat hij op die belofte lijkt terug te willen komen.

In het Verenigd Koninkrijk heeft de Labour-regering van premier Gordon Brown besloten geen referendum over het nieuwe verdrag te houden. Ze verklaarde dat het verdrag zeer was afgeslankt, dat de issue gewoon niet waardevol genoeg was om aan het Britse volk te leggen en dat de EU de gemiddelde Brit eenmaal geen zier interesseert, dus dat niemand op een referendum zit wachten. Dat laatste klinkt ons wellicht als een onzinnig argument in de oren, maar in het Verenigd Koninkrijk is dat inderdaad het geval.

Dit besloot de regering niet in navolging van een of ander raadsbesluit, dit besloot ze gewoon zelf. Toen Brown afgelopen maandag een uur lang het partijcongres van Labour toesprak, wijdde hij slechts 12 seconden aan het onderwerp - de tabloid 'The Sun' hield de stopwatch erbij. Brown zei dat hij de winstpunten uit de onderhandelingen voor zijn land zou koesteren. En hup, door naar het volgende onderwerp. Een dag later gaf zijn minister van Buitenlandse Zaken, David Miliband, toelichting: "Het verdrag moet worden bestudeerd en goedgekeurd door het parlement."

Daar is geen woord Spaans bij. Het "nee" van Labour tegen een referendum bracht 'The Sun' er overigens toe haar verontwaardiging paginabreed ten toon te spreiden - inclusief een beladen verwijzing naar Churchill: "Europe. Never have so few decided so much for so many" ("Europa. Nooit hebben zo weinigen zo veel beslist voor zo velen.").

Nee, dan Nederland. Hier verschuilen we ons achter de Raad van State. In feite heeft die Raad niets bepaald, noch besloten - alleen geadviseerd. Dit advies is voor de coalitie echter meer dan voldoende reden om de verantwoordelijkheid voor de beslissing af te schuiven op de Raad van State. Daarmee volgt de coalitie een beproefde methode in de politiek: een ander de bal toespelen.

Hoe werkt deze methode? Een bewindspersoon moet een belangrijk besluit nemen, dat onpopulair kan uitpakken. Daarom wordt 'advies' gevraagd aan een gelegenheidscommissie of aan een orgaan met voorname mensen. Liefst zo voornaam mogelijk zelfs, omdat het advies dan zo zwaarwegend is dat de bewindspersoon er zogenaamd niet tegenin kan gaan.

Als het even kan, staat die commissie onder leiding van een gepensioneerde partijgenoot die bereid is de hete kastanjes uit het vuur te halen, want wie reeds gepensioneerd is, heeft weinig te verliezen: diens schaapjes staan op het droge. Met deze partijgenoot kan de bewindspersoon tussendoor bellen, zodat de eindtekst juist uitpakt. Het enige dat de hij vervolgens nog hoeft te doen, is verwijzen naar het advies - en hij is van het onwelgevallige besluit af. Want hij 'moet' wel. En iedere kritiek op het besluit kan worden weggewuifd met een verwijzing naar het gezaghebbende advies.

Zelfs de alom gerespecteerde en onafhankelijke Raad van State heeft zich nu voor dit schuifspel moeten lenen. Dankzij haar advies hoeft de coalitie geen risico's te nemen, geen open kaart te spelen, geen visie te tonen, geen debat aan te gaan en niet voor de troepen uit te lopen. En dat maakt regeren wel zo makkelijk. Dáárom komt er dus geen referendum.

Sanderijn Cels en Joan Arensman, auteurs van het boek 'Dat hoort u mij niet zeggen'