|
Publieke omroep houdt burger passief NRC Handelsblad, 19 juli 2002 De plannen van het nieuwe kabinet voor het publieke bestel brengen de onafhankelijke positie van de omroepen in gevaar, zo beweert Ronald Vecht (opiniepagina, 16 juli). Het kabinet lijkt de omroepen via financiële constructies aan banden te willen leggen. Vecht, werkzaam bij de publieke omroep, gedraagt zich zoals we van deze instelling gewend zijn: hij zet de hakken in het zand. Plannen voor verandering leiden in het bestel steevast tot een reactie van krampachtig zelfbehoud, nooit eens tot zelfreflectie. Vasthouden aan de eigen onafhankelijkheid is een belangrijk streven. Vecht gaat echter voorbij aan de wind van democratische vernieuwing die sinds maanden door het land waait. Hij pleit slechts voor ,,alertheid'' en ,,krachtig verzet'', en dat is een gemis. Ook de omroepen zijn immers maatschappelijke instituties die burgers beter kunnen betrekken bij hun doen en laten. Vecht baseert zijn oproep op de oprichtingsstatuten, waarin onafhankelijkheid en pluriformiteit als fundamenten van het bestel worden gedefinieerd. Maar er wordt ook melding gemaakt van toegankelijkheid en kwaliteit. Die zouden het bestel nu juist tot vernieuwing moeten aanzetten. Publieke omroepen hebben de kans gekregen autoriteiten te worden in de informatievoorziening. Ze zijn `zendgemachtigd', beslissen zelf wat ze willen uitzenden en hun producten zijn op door hen vastgestelde tijden en wijzen beschikbaar. In hun Meerjarenbegroting van vorig jaar maken ze wel melding van nieuwe plannen voor internetdossiers en interactieve televisie. Die klinken innovatief, maar het publiek wordt te passief gehouden.Kijkers zijn echter kritische mediagebruikers geworden die in eigen netwerken op internet actief zijn. Ze willen zelf aan de slag met beeldmateriaal en nieuwsfeiten. In plaats van die op waarde te schatten en te stimuleren, houden de omroepen hun informatie angstvallig in eigen huis. Uitzendingen die met gemeenschapsgeld zijn gemaakt, zijn nauwelijks beschikbaar voor hergebruik. Het omroepbudget voor internetplannen kan voor een aanzienlijk deel geïnvesteerd worden in systemen die het burgers makkelijk maken om programmaonderdelen te zoeken (digitale labelling) en te onsluiten (zoekmachines). Daar wordt nu nauwelijks geld voor uitgetrokken. Hierbij past een nieuw waarderingsysteem. Dat moet niet op kijkcijfers zijn gebaseerd, maar op gedifferentieerde criteria die passen bij het hergebruik. Wordt een uitzending gebruikt in het onderwijs? Dan moet daar een schappelijke financiële regeling voor zijn. Wordt de uitzending opgevraagd om haar met winstoogmerk te vermenigvuldigen? Dan moeten de gebruikers betalen. Zo kunnen omroepen beter meten welke functie en waardering hun programma's in de samenleving hebben en kunnen ze met deze kennis goed inspelen op de behoeften van de burgers. |