|
Obama wint met vrouwelijk imago Sanderijn Cels is schrijfster en doet onderzoek in de VS naar politieke communicatie en Jorrit de Jong is verbonden aan Harvard University's Kennedy School of Government Trouw, 6 juni 2008 De nek-aan-nek race tussen twee opvallende Democratische kandidaten voor het presidentschap is ten einde. De historische kandidatuur van Hillary Clinton als eerste vrouwelijke genomineerde is van de baan. Dat is bedroevend, want uit emancipatoir oogpunt zou het prachtig zijn geweest om zo'n capabele vrouw de machtigste functie ter wereld te zien vervullen. Maar niet getreurd: Barack Obama brengt een flinke dosis 'vrouwelijkheid' met zich mee. In feite heeft de mannelijke kandidaat met een feminien profiel de race gewonnen van de vrouwelijke kandidaat met het masculiene imago. Dat moet feministen toch enige troost bieden. Beide kandidaten hebben hun profiel helaas niet in volle vrijheid kunnen kiezen. De uitdaging voor Obama was om niet als de 'zwarte' kandidaat te boek te staan en voor Clinton om niet als de softe 'vrouwelijke' kandidaat te worden gezien. Een monsterlijk strategisch vraagstuk, want ze moesten zich én van elkaar onderscheiden én van de ervaren, blanke John McCain én herkenbaar blijven als de kandidaat die verandering brengt in de Amerikaanse politiek. Tenslotte voelden veel kiezers zich juist weer aangetrokken tot een gekleurde of vrouwelijke kandidaat. Zie je daar maar eens uit te redden... Clinton had feitelijk slechts één optie. Ze kon zich niet als vrouw profileren en de voordelen van de feminiene leiderschapsstijl benadrukken. Want een blondine die zich een typische feminiene stijl aanmeet, maakt in de race naar het Witte Huis weinig kans. Daarvoor bestaan er teveel maatschappelijke vooroordelen ten aanzien van een vrouwelijk leider. Aan de ene kant zijn die positief: dat ze empathisch is, eerst luistert en dan pas beslissingen neemt en aandacht heeft voor de menselijke kant van de zaak. Deze standaard vooroordelen hebben echter stuk voor stuk een schaduwzijde: zo'n leider wordt gezien als emotioneel en besluiteloos, te zeer op zoek naar consensus en te gevoelig. Bovendien wordt het succes van een vrouw vaak toegeschreven aan een man - echtgenoot Bill in dit geval. Clinton moest hier dus wel afstand van nemen, wilde ze een kans maken. In plaats van emotioneel en soft te zijn, toonde ze zich daarom een zelfverzekerde vechter; in plaats van afwachtend en besluiteloos te zijn, nam ze het voortouw en kwam met concrete plannen. En het laatste vooroordeel ontkrachtte ze door haar lange staat van dienst te benadrukken. Deze strategie keerde zich uiteindelijk tegen haar. Een vrouw die zich een vechtersbaas toont, vinden mensen immers al snel hard en onsympathiek. Een vrouw die zelfverzekerd het voortouw neemt, vinden ze gauw arrogant en betweterig. En een indrukwekkende staat van dienst wordt geassocieerd met streberigheid. Clinton riep in haar heldhaftige poging om aan seksistische vooroordelen te ontkomen juist weer nieuwe, negatieve reacties op. Bovendien schoot ze in haar poging om de vooroordelen tegen vrouwelijk leiderschap te ontkrachten soms haar doel voorbij. Ze viel Obama aan op zijn buitenlands beleid - dat was te soft - en op zijn appèl om te geloven in een minder polariserende vorm van politiek bedrijven - dat was te naïef. Het leek alsof ze masculiener trachtte te zijn dat haar mannelijke opponent en daardoor standpunten bestreed die ze eigenlijk met hem deelde. Obama pakte de uitdaging behendig op. Hij verklaarde de huidige machtspolitiek failliet en sprak mensen aan op hun verantwoordelijkheid om zich te verzoenen rondom common causes. Hij benadrukte dat hij niet in alles zelf het voortouw wilde nemen, maar dat hij de samenleving in staat wilde stellen zelf oplossingen te genereren. Bovendien stelde hij zich bijzonder empathisch op en stelde zelfs voor om met buitenlandse vijanden te gaan praten. Het ironische is dat uitgerekend dit profiel geassocieerd wordt met een 'vrouwelijke' leiderschapstijl… Toen hij door Clinton werd geportretteerd werd als softie en dromer, reageerde hij niet door, zoals zijzelf deed, hardere standpunten in te nemen. Integendeel. Hij hield vast aan zijn zachte boodschap, maar bracht die op een hardere manier. In plaats van 'praten met de vijand' heeft zijn campagne het nu over 'tough, direct diplomacy'. Dat klinkt een stuk stoerder, al betekent het precies hetzelfde. Obama benadrukte met een citaat van John F. Kennedy dat juist praten met de vijand moed vereist: 'We should never negotiate out of fear, but we should never fear to negotiate.' Obama werd echter eveneens door nood gedwongen. Hij moest het rustige, vriendelijke imago wel aannemen, want ook hij werd, net als Clinton, geconfronteerd met maatschappelijke vooroordelen, in zijn geval met racistische. Als hij woede, verontwaardiging en frustratie had laten zien, zou hij het beeld kunnen oproepen van 'angry black man' - kwaad vanwege eeuwenlange discriminatie - en dat zou veel blanke Amerikanen de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Hij moest dus een profiel aanhouden waar geen bedreiging vanuit ging. De worsteling met maatschappelijke vooroordelen heeft voor Obama het gunstigst uitgepakt. Hij heeft de nominatie binnen. Feministische aanhangers van Clinton zullen de gemiste historische kans op een vrouwelijke president betreuren. Toch mogen ze niet klagen. Obama is de eerste presidentskandidaat die doorbreekt met 'vrouwelijke' leiderschapskwaliteiten. |