|
Leiderschap in beeld: hoe zetten de kandidaten zichzelf neer? Communicatie, februari 2007 Wil je als presidentskandidaat in de VS een kans maken, dan moet je je als leider presenteren. Maar hoe doe je dat, de inhoud daargelaten? In de Amerikaanse verkiezingen duikt altijd een aantal traditionele karakteristieken op waar kandidaten aan trachten te voldoen. Uiterlijk Er is ook onderzoek gedaan naar kaalheid. Kale leiders doen het niet goed onder de Amerikaanse kiezers; er zijn ook maar weinig kale presidenten gekozen. Kaalheid wordt met ouderdom geassocieerd en een president moet vooral vitaal zijn, is een veelgehoorde uitleg. Een tv-journalist voorspelde een jaar geleden dat Rudy Giuliani het om deze reden niet zou gaan redden - en hij heeft gelijk gekregen. Bij het juiste uiterlijk hoort de juiste lichaamshouding. Vooral Hillary Clinton en Mitt Romney letten daar op. Clinton staat kaarsrecht op de podia, met uitgerekte hals, zodat haar opstaande kraagjes chic omhoog staan. Haar handen houdt ze gevouwen voor haar schoot met de wijsvingers tegen elkaar. Ze knikt goedkeurend in de rondte als er gejuicht wordt - koninklijker kan het haast niet. Romney's standaardpose was er eveneens een met de schouders naar achteren. Hij legde zijn handen graag voor zich op tafel met zijn vingers gestrekt tegen elkaar aan - elke deskundige herkent hierin de stand van de zelfverzekerden. John McCain daarentegen hangt soms relaxt in zijn stoel en klooit met een pen. Bij kortere tv-interviews leunt hij echter alert en actief naar voren. Bewegen De context waarin bewogen wordt, wordt goed uitgezocht: Romney bijvoorbeeld profileerde zich in januari graag als de roerganger die de economie op gang kon helpen als oud CEO. Dus zorgde hij voor passende beelden toen de economie zorgenkind nummer een werd. Hij actief sprekend voor een grafiek, hij wijzend met wolkenkrabbers van een financieel centrum achter zich. Want het liefst zwaaien kandidaten visionair met hun arm, zodat duidelijk is dat zij de richting aangeven. Dan zijn er natuurlijk statussymbolen waarmee ze zich omringen: de nationale vlag bijvoorbeeld is op negen van de tien filmpjes of foto's te zien. Zonder win je geen verkiezing. Kandidaten bezoeken in campagnetijd zelfs vlaggenfabrieken, want in de VS kan met de driekleur niet worden overdreven. Bush Sr., Bob Dole en Ronald Reagan bijvoorbeeld legden er een bezoekje af. Mocht de vlag achterwege blijven, dan is er wel gezorgd voor de kleuren wit, blauw en - optioneel - rood op de achtergrond. Vooral de Republikeinse kandidaten letten erop dat ze hun podia zo optuigden de afgelopen maanden, waarbij zij, hun conservatieve aard indachtig, er ook nog eens voor zorgden dat alle elementen symmetrisch geordend waren. Postmoderne chaos was niet aan hen besteed. Bij optredens buitenshuis zie je vaak dezelfde beeldelementen terug die moeten bijdragen aan het idee dat je met een heuse leider te maken hebt. Een katheder - om een centraal aandachtspunt en autoriteit te creëren. Een podium - vanwege de zichtbaarheid en wederom de autoriteit. Camera's worden rechtvoor of juist naar de zijkant vooraan gedirigeerd om te zorgen dat de juiste plaatjes worden geschoten: of met de kandidaat als middelpunt, of juist close up met publiek in beeld, liefst luisterend met het hoofd opgeheven naar de kandidaat. Het meest imposante podium van deze voorverkiezingen is afkomstig van Mitt Romney bij zijn grote speech over geloof in de Bush bibliotheek. Hij stond op een podium achter een katheder, met links en rechts naast hem een rij vlaggen op stok. Initiatief Bovendien stormen kandidaten na afloop van debatten soms ook op leden van het publiek af om die als eerste te begroeten. Want ook dat is een kenmerk van leiders: ze omringen zich met de juiste mensen wiens voorname status op hen af kan stralen. Dat was te zien bij het eerste debat in de Reagan-bibliotheek in mei 2007: na afloop snelden alle Republikeinse kandidaten naar Nancy Reagan om haar als eerste eer te bewijzen voor het oog van de camera. Jezelf als initiatiefnemer presenteren kan ook met behulp van de juiste formuleringen. Kandidaten proberen vaak te benadrukken dat ze ergens in zijn voorgegaan. Zoals Clinton in het CNN-debat eind januari: "Ik heb senator Obama gevraagd zich bij me aan te sluiten in een voorstel over..." Bingo: zij het initiatief, hij volgend. Met name het woord 'ik' wordt hierbij veelgebruikt. Daarmee kunnen kandidaten laten zien dat ze machtige beslissers zijn en de reikwijdte en impact van hun handelingen ten volle duidelijk maken. "Ik beloof u dat ik dat niet zal laten gebeuren", "ik zal daar persoonlijk voor zorgen". Hillary Clinton zegt erg vaak: "Ik denk dat..." of "ik geloof dat..." Als in: "Ik denk dat Amerika klaar is voor een leider die ons echt gaat leiden - en ik ben bereid om dat te doen." Barack Obama doet dat ook, maar kiest toch minder vaak voor de term 'ik'. Hij is minder autoritair, al laat hij wel zijn visie en beoordelingsvermogen breeduit hangen. Obama neemt op een andere manier het voortouw: een die beter past bij de aard van zijn campagne. Hij spreekt van een 'movement': een beweging die hij op gang wil brengen om 'verandering' in Amerika te brengen. Hij sluit zo aan bij de lange traditie van ideologische bewegingen die de Amerikaanse politiek altijd gekend heeft, zoals de Civil Rights Movement en de libertaire beweging van Ron Paul (een van de Republikeinse kandidaten). Bij zo'n beweging past een inspirerende visionair die mensen samenbrengt en die niet te directief vertelt wat, hoe en waarom, want door alles naar zich toe te trekken en voor te kauwen kan je mensen niet meer begeesteren. Dan hebben ze zelf geen ruimte meer om invulling te geven aan zijn woorden en om zelf te dromen. Het is bij Obama dus minder 'ik, de leider' en meer 'we, the people'. Daar sluit zijn beeldstrategie bij aan. Op officiële campagnefoto's zie je hem een dansje wagen met een oude baas of lachend te midden van aanhangers. De beelden zijn van dichtbij geschoten, waardoor de expressie in de ogen, de rimpels en de oneffen pigmentvlekken zichtbaar zijn. Deze menselijkheden ogen trouwens wel prettig: de plaatjes zijn voor Amerikaanse standaarden geschikt en niet té reëel, want van rauwe groeven en deviante wratten houden ze niet. De beelden getuigen van geslaagd contact, van de vonk die over springt tussen Obama en zijn publiek. Je ziet meteen waarom hij mensen in beweging krijgt. Stabiele omgeving Clinton heeft dat stabiele gezin niet, maar daar heeft ze wat op gevonden. Als ze gevraagd wordt naar het wispelturige gedrag van haar echtgenoot, vertelt ze dat niet hij, maar dat zij de 'decisionmaker' is. Uiteindelijk zal zij in het Witte Huis aan de touwtjes trekken, niet een ander. Dat meldt ze met een rustige lage stem. In plaats van zich te verlaten op haar gezin, stijgt ze dus als zelfstandig individu boven haar roerige privé leven uit. Afwezig Historici schrijven dit toe aan de frontier-mentaliteit. De leiders in het Wilde Westen gingen vroeger voor in het bestrijden van Indianen en het doortrekken van woeste landschappen te paard. Ze beschermden de volgers in de huifkar en een goede fysieke vorm was dus wel zo geruststellend: ze leken tegen hun taak opgewassen. Tijdens campagnes was fitheid dan ook altijd een terugkerend thema. Ronald Reagan legde er de nadruk op tijdens zijn herverkiezing, omdat gezegd werd dat hij te oud zou zijn geworden. Dus zagen we hem in tv-spots de Marlboro Walk afleggen en paardrijden. De oude Bush stond in 1988 bekend als een doetje, dus zorgde zijn campagneteam voor het juiste filmpje: Bush die een speedboot bestuurde, Bush die aan het joggen was, Bush als jonge vechtpiloot… Geen van de kandidaten deze keer is echter bezig met zijn vorm. Mitt Romney besteedde er alleen in het najaar van 2007 aandacht aan in het spotje 'Energy'. Je zag hem joggen, met de slogan 'Strong. New. Leadership.' Hij liet aan de pers weten elke dag hard te lopen en te ontbijten met de muesli en magere melk die zijn vrouw voor hem bereidde. Voor John McCain die al 71 jaar oud is, doet deze leiderschapsvereiste er wel toe: hij moet bewijzen dat hij nog mee kan komen. Maar sporten in beeld doet hij niet. De goede tv-kijker zal opvallen dat hij vanwege zijn ouderdom [en de martelingen die hij in zijn gevangenschap in Vietnam te verduren kreeg] zijn armen niet helemaal recht omhoog in de lucht kan steken: die blijven hangen op schouderhoogte. Perfecte kandidaat Maar Romney was volgens critici ook de kandidaat die overkwam als een
marketingproduct, als iemand die zich weliswaar alle karakteristieken
van de succesvolle leider had eigengemaakt, maar die uiteindelijk de indruk
wekte het resultaat te zijn van een getalenteerd communicatieteam dat
hem uitstekend had gedrild. Het leek alsof zijn zelfpresentatie een optelsom
was van de juiste pr-beslissingen. Je kon hem eigenlijk niks aanrekenen:
hij deed alles goed. En toch miste er iets. Hij kwam wat te gemaakt over.
En hoe perfect je presentatie ook is, de Amerikanen prikken daar dan toch
doorheen. |