|
Holocausterosie De moord op de joden in de Tweede Wereldoorlog heeft de afgelopen decennia ons morele bewustzijn bepaald. De nazi- genocide heeft lange tijd onaantastbare normen voortgebracht die we allen doorvoelden en respecteerden. Maar deze normen zijn de laatste jaren aan erosie onderhevig. Het gelijk van Auschwitz brokkelt af. Ooit kon je een discussie over de identificatieplicht op je sloffen winnen. Je hoefde slechts te stellen dat we maar aan de jodenvervolging moesten te denken om te begrijpen wat daar mis mee was. En hetzelfde gold voor de privacywetgeving. Je hoefde maar te verwijzen naar hoe de nazi's personenregisters misbruikten om joden op te pakken en je won het pleit. Wie zich in een maatschappelijke discussie beriep op de Holocaust, had het gelijk aan zijn kant. De genocide had onaantastbare normen voortgebracht: geen onderscheid maken tussen groepen mensen - noch categoriseren, noch discrimineren - en het beschermen van elk menselijk leven tegen de domme massa en de almachtige overheid. Deze normen stonden buiten kijf, want we voelden allemaal wat ze beoogden: het afwenden van het absolute kwaad. Ze werden ingezet om allerlei geschillen te beslechten. Deze normen waren doorslaggevend in diverse maatschappelijke vraagstukken. Genetische manipulatie stond lange tijd niet op de medische onderzoeksagenda, omdat het deed denken aan de nazi-experimenten om een 'zuiver' ras te kweken, ontdaan van niet-Arische elementen. Over het aborteren van kinderen met het Down-syndroom werd jarenlang niet openlijk gepraat, de nazi-euthanasie indachtig. Het gelijkheidsbeginsel stond decennialang niet ter discussie, omdat niets mocht neigen naar sociale uitsluiting. De bescherming van persoonsgegevens stond buiten kijf en voor de burgerrechten van iedereen, ook die van verdachten en veroordeelden, gold hetzelfde. Maar de periode waarin een verwijzing naar de Holocaust de alles overstijgende inbreng in debatten was, ligt achter ons. Af en toe duikt zo'n verwijzing nog op in maatschappelijke discussies, maar doorgaans levert die geen afdoende argumenten meer op om die te winnen. Het Holocaust-argument heeft aan kracht ingeboet. Wie tegenwoordig zijn betoog onderbouwt met behulp van de Holocaust en verwijst naar de normen die de nazi-genocide heeft voortgebracht, heeft het gelijk niet meer automatisch aan zijn kant. Je mag blij zijn als je er überhaupt nog indruk mee maakt. Voor de generatie 7080 is de Holocaust niet meer het morele ijkpunt waarop zij haar opvattingen over goed en kwaad baseert. Er zijn alternatieven voorhanden, zoals de bijdragen in deze bundel laten zien. Het gelijk van Auschwitz brokkelt af. Hoogtepunt In de decennia erna bleven de normen intact. Denk bijvoorbeeld aan de briefkaartenactie "ik ben woedend", geïnitieerd door Radio 3 DJ's Jeanne Kooymans en Peter van Bruggen toen neo-nazistische jongeren in Rostock een asielzoekerscentrum in de brand staken. Denk aan de steun van de Nederlandse bevolking voor de staat Israël die jarenlang onvoorwaardelijk was. En denk aan Theo van Gogh die jaren geleden voor velen nog heel 'fout' was, omdat hij harde grappen maakten over Anne Frank en Leon de Winter verweet zijn joodse achtergrond uit te venten. In 1993 was de Holocaust in ieders gedachten toen er foto's de ronde deden van Servische interneringskampen. Er waren uitgemergelde lichamen achter een omheining te zien die sterk deden denken aan de concentratiekampen van de nazi's. Na het zien van deze beelden moest en zou er ingegrepen worden door de westerse democratieën. Wim Kok verklaarde later dat het kabinet wat wilde dóen bij het zien van deze 'bekende' afbeeldingen. Dus stuurde het troepen naar Sebrenica en werden treinen vol vluchtelingen uit de streek hier met open armen ontvangen. Maar ondertussen zette ook de morele teloorgang van het Holocaust-argument in. Die werd zichtbaar in 2002 toen voormalig D66-leider Thom de Graaf Pim Fortuyn aanviel die het absolute gezag van het non-discriminatiebeginsel ter discussie had gesteld. De Graaf legde een verband tussen het beginsel en de Holocaust door voor te lezen uit het dagboek van Anne Frank. Maar zijn woorden misten het beoogde effect. De link tussen artikel 1 en de Holocaust werd blijkbaar niet meer doorvoeld. Men vond het te ver gaan om dit verband te leggen. Ook werd omstreeks die tijd Theo van Gogh gerehabiliteerd. Was hij aanvankelijk weggezet als 'fout', nog tijdens zijn leven werd hij bejubeld als ridder van het vrije woord - jodengrappen of niet. Men vond hem wel grof, maar "het moest kunnen". Van Gogh genoot als oproerkraaier grote populariteit. In 2003 werd DJ Giel Beelen ontslagen door de KRO, omdat hij het racistische 'Mein Kampf' "het indrukwekkendste boek vond dat hij ooit had gelezen". De VARA bood hem meteen een baan aan en zijn ochtendshow is nu een van de populairste radioshows van Nederland. Bij het in brand steken van een islamitische school in 2004, na de moord op Van Gogh, trok niemand meer de vergelijking met de Kristallnacht. In de heftige discussies over integratie die hierop volgden, werd geaccepteerd dat er in overheidsbeleid onderscheid werd gemaakt tussen allochtoon en autochtoon, tussen ingeburgerd en niet-ingeburgerd - we aanvaarden tegenwoordig dat er in ons land categorisaties gangbaar zijn waar we vroeger van gruwden. In 2005 werd premier Balkenende belachelijk gemaakt, omdat hij de EU-grondwet verdedigde door te zeggen dat daarmee een nieuw Auschwitz kon worden voorkomen. Mensen vielen massaal over hem heen. Het argument was duidelijk uitgewerkt, en het werd zelfs als enigszins ridicuul weggezet. Anno 2007 is de attitude ten aanzien van discriminatie veranderd. Dat was begin jaren negentig nog een heftig thema, waar popfestivals zoals 'Racism, beat it' voor werden georganiseerd en waarvoor je met buttons op je spijkerjack rondliep. Het was uit den boze om je aan racisme schuldig te maken - de concentratiekampen indachtig, want daartoe had racistisch denken immers geleid. Maar nu wordt discriminatie bij de ingang van clubs en op de arbeidsmarkt gewoon geaccepteerd als gegeven. Niemand gaat er meer voor staan swingen of demonstreren. Verklaringen Bovendien vindt men dat Israël teveel bommen gooit op Gaza om de joden nog als louter passieve slachtoffers te beschouwen. Dat was ooit de klassieke zienswijze. Israël's agressieve Midden Oosten-politiek werpt een schaduw achteruit: de uit de Holocaust voorkomende scheiding tussen de absolute kwaden - de nazi's - en de absolute onschuldigen - de joden - wordt erdoor aangetast. Het verleden wordt bezien vanuit het heden, hoe vertekenend dat ook kan zijn. Ook hierdoor verliest het Holocaust-argumenten gezag. De zorgen om veiligheid hebben het erosieproces versneld, zeker na 9/11. Er bestaat momenteel veel draagvlak voor ingrepen die de persoonlijke levenssfeer schenden, bijvoorbeeld van personen die misschien wel eens een aanslag zouden kunnen gaan plegen omdat ze fervente moslims zijn. Het veiligheidsargument prevaleert. In de discussie in De Balie over dit onderwerp werd dit beaamd. Iemand merkte op dat een aanslag op het bevolkingsregister nu in feite een aanslag op een internetserver zou zijn en dat over deze mogelijkheid soms gediscussieerd wordt door actiegroepen, maar dat de argumenten die in het debat worden aangevoerd op gelijkwaardige basis strijden. De stelling dat door de aanslag iemand onbedoeld zijn uitkering tijdelijk kwijtraakt, wordt even hoog aangeslagen als de angst voor de overheid 'die alles van je weet' en daar misbruik van kan maken. Daarnaast zijn de normen die uit de Holocaust voortgekomen principieel van aard. Dat wil zeggen dat je er niet vanaf wijkt, ook al zijn er concrete omstandigheden om van de norm af te wijken. Zo'n principiële benadering van maatschappelijke problemen past niet bij de huidige pragmatische manier van denken. Of mensen we voor of tegen iets zijn, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. We vinden preventief fouilleren slecht, als het wordt misbruikt uit racistische overwegingen, maar we zijn er niet principieel tegen. We vinden een onderzoek naar een agressie-gen niet hetzelfde als onderzoek naar de superieure kenmerken van het blanke ras. Het begrip 'Holocaust' is tenslotte te breed geworden om nog morele impact te hebben. Het is in de loop der tijd in verband gebracht met van alles en nog wat: de tabaksindustrie, de bio-industrie, het integratiedebat, de kerncentrales, de slavernij en Guantánamo Bay. Een Kamerlid verwees zelfs eens naar de zeehondenjacht als een "Auschwitz voor zeehonden". Een containerbegrip mag dan wel royaal inzetbaar zijn, maar doet het als moreel ijkpunt niet erg goed. Hoe breder de associaties zijn, des te zwakker het wordt. Nieuw moreel tijdperk Daarmee breekt een nieuw moreel tijdperk aan: een waarin meerdere argumenten op gelijkwaardige basis strijden om voorrang in het maatschappelijk debat. Verwijzen naar de Holocaust is dan een van de vele rechtvaardigingen waarmee je je gelijk trachten te behalen, net als je beroepen op 9/11 of refereren aan de misdaden van Loegasjenko. De Holocaust is een van de vele morele ijkpunten geworden en is zijn status als onaantastbaar centrum kwijt. Toekomstige generaties halen hun argumenten straks overal vandaan. Dat leidt tot een pragmatisch vertoog, waarin holocaust wordt geschreven zonder hoofdletter en waarin die soms opduikt, dan weer volledig afwezig is. Over een decennium of twee is zijn morele rol waarschijnlijk compleet uitgespeeld. Verschenen in de bundel Moralitijd,
december 2007, Uitgeverij Van Gennep en als artikel in de Volkskrant,
11 november 2006. Ook aanleiding voor een speciaal debat in De Balie. |