Amerikaanse anekdotes

Staatscourant, mei 2008

In de Amerikaanse politieke retoriek is hij onmisbaar en van een niet te onderschatten belang: de anekdote. Geen leider kan een speech houden zonder. Obama refereerde de afgelopen maand enkele malen aan de man die hij sprak in de staat Pennsylvania die werkeloos geworden was en geen geld had om benzine te betalen, en er dus niet op uit kon om naar sollicitatiegesprekken te gaan. Clinton sprak met regelmaat over moeders met zieke kinderen die ze ontmoette, die geen geld hadden om het naar de dokter te sturen.

De anekdote draait altijd om twee type personages. Het kan gaan om het slachtoffer, zoals bij Obama en Clinton, wiens casus uitdrukking geeft aan een misstand die de spreker doorgaans wil gaan oplossen of die hij een ander wil aanrekenen. Het kan echter ook draaien om de 'everyday hero', de gewone Amerikaan die iets bijzonders gedaan heeft. Daar moet dan bewondering voor worden gevoeld: hij is herkenbaar rolmodel en nationale held tegelijkertijd.

De anekdote bestaat uit details die tot doel hebben het inlevingsvermogen van het publiek flink te stimuleren. Zo sprak George W. Bush in een speech over Tommy Rieman, een jonge soldaat die in Irak onder vuur kwam met zijn eenheid en die zijn lichaam gebruikte om zijn maat te beschermen. "Hij werd in zijn borst en arm geschoten en kreeg granaatscherven in zijn benen, maar hij weigerde medische hulp en bleef doorvechten."

Amerikaanse leiders gebruiken anekdotes als middel om het publiek te raken. De verhaaltjes zijn dramatisch, zodat het sentiment flink wordt bespeeld. Ze vertellen het dus met veel verbeeldingskracht en sturen zodoende aan op een climax - een moment waarop iedereen geraakt is. Op dat moment laat tevens de spreker iets van zijn eigen emoties zien.

President Clinton bijvoorbeeld stond daar zelfs bekend om: wie weet zijn hese stem en zijn vochtige ogen niet te herinneren? De vochtige ogen hebben in feite een dubbele functie. Want doordat beide partijen - zowel spreker als publiek - dezelfde emotie doorleven, is de herkenbaarheid ervan groot. De toehoorders vinden de spreker menselijk. Daarnaast veronderstellen ze eveneens dat hij hun gevoelens begrijpt, omdat hij er uitdrukking aan geeft - terwijl hij hen in feite eerst eigenhandig tot die emoties heeft aangezet. Hij is dus én de regisseur én de representant van de opgewekte emoties. Mooier kan je het niet hebben.

In Nederland doen we niet aan zulke anekdotes. De verhaaltjes over de gewone man in de straat die hier in speeches opduiken, zijn bij lange na niet vergelijkbaar met die uit de VS. Nederlandse bewindspersonen willen graag laten zien dat ze in contact staan met de gewone man in de straat door te refereren aan ontmoetingen of mailtjes die ze hebben ontvangen.

Daarbij spelen ze niet op het sentiment. De anekdotes hebben een ander doeleinde, namelijk duidelijk maken dat de spreker midden in de samenleving staat en dat de overheid luistert naar de mensen in het land. Niets meer, niets minder. Deze manier van doen is wellicht wel zo verstandig. De Amerikaanse stijl van speechen past niet bij onze aard. Per slot van rekening zijn we een volk van 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'.